Lerarentekort in 'kritieke toestand'??
- Robyn Fidanque
- Mar 10
- 4 min read
Als iemand in kritieke toestand in het ziekenhuis belandt, wordt er gevochten voor zijn leven. Zuurstof. Infusen. Monitoren. Alles om de patiënt stabiel te krijgen. Maar stabiliseren is niet genezen. Je kunt iemand niet eindeloos aan de beademing houden zonder te onderzoeken wat het lichaam doet falen, anders stel je het onvermijdelijke alleen maar uit.
Je hoeft geen dokter te zijn om dat te begrijpen. Een paar afleveringen van Grey’s Anatomy maken dat al duidelijk.
Met de recente dood van acteur Eric Dane (uit Grey’s Anatomy) nog in mijn hoofd, hoorde ik twee weken geleden herhaaldelijk in het radionieuws dat de minister aangaf dat het lerarentekort op Curaçao een ‘kritieke toestand’ heeft bereikt en dat de overheid actie gaat ondernemen.
Natuurlijk ben ik blij om te horen dat er iets gedaan gaat worden:
De basiskwaliteit van het onderwijs zal worden verhoogd (uhmm… hoe?👀)
Het maximumaantal leerlingen per klas wordt herzien (YES, finally!🥳)
Salarissen en arbeidsvoorwaarden worden verbeterd (Amen!🙌🏼)
Onbevoegde docenten worden bevoegd gemaakt (Is dat echt een goed idee??🥴)
Het beroep wordt gepromoot om de instroom te vergroten...
Ik wíl positief zijn, maar toch zie ik dit vooral als tijdelijke maatregelen om het onvermijdelijke uit te stellen. Want, is het lerarentekort het probleem? Of is het een gevolg, een symptoom van iets anders?
Als we hierover gaan praten, leidt dat vaak tot cirkelvormige discussies of gaan we vingers wijzen.
Ouders wijzen naar de leraar.
Leraren naar schoolleiding en beleid.
Schoolleiding naar het ministerie of schoolbestuur.
En uiteindelijk wijst de maatschappij naar ‘het onderwijs’.
En ondertussen verandert niet veel positiefs op lange termijn.
Waarom durven we eigenlijk niet dieper te kijken?
Is dit onderwerp te complex? Te confronterend? Te destabiliserend? Of zijn er misschien nog niet genoeg mensen zich bewust dat we een fundamenteler probleem hebben dan alleen het lerarentekort?
Ook al vinden we niet altijd de juiste woorden, velen voelen het wel: dat het het onderwijssysteem is dat in kritieke toestand zit.
Als we Pandora’s box openen en eerlijk kijken naar de visie van toen en de behoeften van nu, dan zien we waar de spanning is ontstaan.
We hebben het systeem gemanoeuvreerd, opgerekt en verbogen om het passend te maken voor een tijd waarvoor het nooit bedoeld was.
En dus staat het nu strak. Als een elastiek dat bijna knapt. Vooral degenen in het systeem dragen die spanning elke dag.

Leraren noemen het vaak ‘last hebben van een hoge werkdruk’, maar ik vraag me af of het niet eerder om morele vermoeidheid gaat: de uitputting die ontstaat wanneer je weet wat goed onderwijs is, maar structureel niet de middelen of de ruimte krijgt om ernaar te handelen.
Daarnaast worden er steeds hogere en onrealistische eisen gesteld...
En wanneer leraren dan onvermijdelijk tekortschieten, wordt dat gebruikt als bewijsmateriaal om het beroep verder als zondebok neer te zetten voor misplaatste verantwoordelijkheden en opgekropte frustraties.

Elke dag naar je werk gaan met het gevoel dat je tekortschiet, terecht of niet, terwijl je weet dat je je best doet met wat je hebt en wat je kunt, vreet. Je blijft geven. Blijft trekken. Blijft compenseren. Het voelt als dweilen met de kraan open en je ziet hoe je eigen emmer steeds zwaarder wordt.
Veel leraren kennen het emotionele risico van dit systeem. Maar wat hen door de dagen, maanden en jaren heen draagt, is de gedachte: Ik doe dit voor de kinderen, niet voor dit systeem.
Als leraar wordt het zelfs verwacht om dit disfunctionerende systeem te tolereren, want 'het is toch overal zo' en we horen voor de kinderen te blijven (of 'ligt je hart soms toch niet op de juiste plek?😒').
Het feit dat we ons, als een soort eervolle martelaar voor de kinderen willen of moeten opofferen, zorgt ervoor dat ditzelfde onderwijssysteem in stand wordt gehouden en dus de kans op verandering verkleint. En daarmee dragen wij ook, hoe pijnlijk ook, een stukje verantwoordelijkheid voor de negatieve effecten op precies die kinderen van wie we zoveel houden. In naam van ‘loyaliteit’, ‘plichtsbesef’ en ‘liefde voor kinderen’ houden wij zelf dit zieke systeem in leven.
Dit is geen verwijt. I've been there, en in sommige opzichten, ben ik er nog steeds. Maar we moeten eerlijk zijn om de pijnlijke waarheid te kunnen zien.
Misschien verklaart dit allemaal (deels) ook het lerarentekort: niet een gebrek aan liefde voor kinderen of voor het vak, niet het 'lage' salaris, maar burn-outklachten die toegewijde leraren dwingen minder te werken, uit te vallen of het onderwijs helemaal te verlaten.
Het lerarentekort is volgens mij een symptoom van een stervend systeem. Maar laten we het eens omdenken en het glas halfvol zien; het is ook een signaal dat (drastische) verandering nadert.
Nee, ik ben niet aan het pleiten dat docenten massaal een carrièreswitch gaan doen. Ik weet dat de meeste van ons dit als ons roeping zien. Maar wees bewust en vraag jezelf af: als je in het onderwijssysteem blijft, waar stem je dan eigenlijk impliciet mee in?
Dat we liever onze normen, onze integriteit en zelfs onze kinderen aanpassen, dan het systeem zelf?
Waarom zien we de laatste jaren zo'n exponentiele groei van kinderen met een leerstoornis? Of met psychische problemen? En bij leraren ook?
Waarom vinden we het acceptabeler om kinderen labels (en soms medicatie) te geven omdat ze niet in het systeem lijken te passen, dan ons af te vragen of het systeem misschien te smal is voor de diversiteit aan kinderen die erin moeten functioneren?
Salarisverhoging sust misschien even, maar stilt het geweten niet. En meer salaris lost geen morele dilemma’s op.
We hebben collectief lef nodig.
Lef om de schijnveiligheid van de gedachte ‘zo hebben we het altijd gedaan’ los te laten.
Lef om te beseffen dat dit systeem, hoe vastgeroest ook, ooit door ons is gemaakt en dus ook door ons opnieuw gedefinieerd kan worden. Desnoods vanaf de grond af aan en geen ‘one-size-must-fit-all’-model.
Iedereen draagt hierin verantwoordelijkheid. Niet alleen leraren, niet alleen de overheid. Want zolang wij blijven aanpassen, rationaliseren en tolereren, verandert er niets fundamenteels. Het lerarentekort is geen crisis van aantallen, maar een crisis van betekenis: een systeem dat niet langer dient waarvoor het ooit bedoeld was.
We hoeven het nog niet allemaal te weten, maar dit systeem heeft meer nodig dan pleisters en beademing. En wij zijn degenen die beslissen of het aan de beademing blijft, of dat we het aandurven om een zware ingreep te doen.



DIT! "wanneer je weet wat goed onderwijs is, maar structureel niet de middelen of de ruimte krijgt om ernaar te handelen"